Notitie over het project functiedifferentiatie en de Voorschool

Inleiding

Uit het evaluatieonderzoek naar de Voorschool kwam naar voren dat het scholen nauwelijks lukt om de vereiste 4 dagdelen dubbele bezetting in de groepen 1 en 2 van de basisschool te realiseren. Hierdoor kan het project Voorschool op essentiële punten geen doorgang vinden en kunnen de doelstellingen van Voorschool en onderwijsachterstandenbeleid maar ten dele worden gerealiseerd.
Gezien de omvang van het lerarentekort in Amsterdam is het niet verwonderlijk dat de Voorschool hierdoor getroffen wordt. Het is niet te verwachten dat dit probleem op korte termijn, met conventionele maatregelen opgelost wordt. Een analyse van de oorzaken van het lerarentekort en de wijze waarop deze in sterke mate op de Voorschool worden afgewend wordt hier achterwege gelaten.
Om de doelstellingen van Voorschool, ondanks het nijpende tekort aan leraren te realiseren, is er gezocht naar meer onconventionelere maatregelen.

Brede verantwoordelijkheid

Omdat dergelijke maatregelen sterk ingrijpen op de organisatie van scholen is samenwerking met schoolbesturen bij de uitwerking van voorstellen van groot belang. Voor de uitwerking van bijgaande voorstellen wordt voorgesteld om dit in samenwerking tussen de Initiatiefgroep Lerarentekort Amsterdam (ILA) en de Voorschool te laten plaatsvinden. Voor de bekostiging van bijgaande voorstellen zal waarschijnlijk een verdere verbreding in de richting van GOA en OALT noodzakelijk zijn.

Uitgangspunten

Uitgangspunt is dat er een tekort is aan leraren en dat scholen bij een lerarentekort, in absolute zin of veroorzaakt door verzuim, de dubbele personeelsbezetting in de groepen 1 en 2 als eerste zullen opheffen. De dubbele bezetting dient bij voorkeur gerealiseerd te worden door andere functies dan leraren. Hierdoor wordt het beslag dat het project Voorschool doet op het beperkte aantal leraren in de stad beperkt en wellicht leidt het voor het onderwijs tot nieuwe functies die opstroom naar het leraarvak stimuleren.

Uitgangspunt bij het zoeken naar oplossingen dient te zijn dat er geen afbreuk gedaan wordt aan kwaliteit en professionaliteit maar dat deze versterkt dient te worden. Zowel inhoudelijk als in financieel opzicht dient de concurrentiekracht van de Amsterdamse scholen op de arbeidsmarkt versterkt te worden.

Inzet van functiedifferentiatie ten behoeve van de Voorschool

Op verschillende plaatsen waar wordt nagedacht over het probleem van lerarentekort wordt de oplossing gezocht in functiedifferentiatie. In een nieuwe organisatievorm, met nieuwe functies, zou het onderwijs op een kwalitatief goede manier verzorgd kunnen worden. Door naast de leraarsfunctie ook andere functies te hanteren kan men met minder leerkrachten toe. Een aantal reeds bestaande functies kan hiertoe vaker gehanteerd worden en er kunnen nieuwe functies worden gecreëerd. Scholen zijn gewend om te werken met normfuncties en voorbeeldfuncties. Zo is de functie van senior leraar beschikbaar en recentelijk is de functie van lerarenondersteuner toegevoegd.

Functies die relevant zijn voor de Voorschool zijn de volgende:

  • lokaalassistent (gesubsidieerde I/D functie voor langdurig werkelozen)

  • onderwijsassistent (schaal 3 en 4, mbo opleiding)

  • leraarondersteuner (schaal 7)

  • leraar basisonderwijs (schaal LA, voorheen 9)

  • senior leraar basisonderwijs (schaal LB, voorheen 10)

  • orthopedagoog/psycholoog (school 11, wordt door enkele besturen gebruikt in basisschool)

Specifiek Voorschoolbeleid

Met dit voorstel wordt een specifieke uitwerking gegeven aan een aantal opties die schoolbesturen tot hun beschikking hebben. Hiermee wordt beoogd om het personeelsprobleem in de Voorschool te beperken en de ontwikkelingen op het gebied van functiedifferentiatie in het basisonderwijs te stimuleren. Omdat er, afhankelijk van het stadsdeelbeleid, ten behoeve van personeel in de Voorschool vaak extra middelen beschikbaar zijn is functiedifferentiatie op een school die deelneemt aan de Voorschool relatief makkelijker te realiseren dan een school die dat niet doet. Aanvullend kan vanuit GOA, OALT en het beleid rondom lerarentekort gezocht worden naar additionele bekostiging ten behoeve van het functiebouwwerk. Met de voorstellen wordt niet beoogd een blauwdruk te geven voor functiedifferentiatie en het gebruik van twee leerkrachten te verbieden. Het is de bedoeling om specifieke oplossingsmodellen te ontwikkelen voor functiedifferentiatie en organisatieverandering in het kader van de Voorschool (VVE) en om te ervaren of deze modellen bijdragen aan de problematiek rondom lerarentekort in de Voorschool.

De inzet van twee bevoegde leerkrachten per groep zal worden losgelaten en vervangen door één leerkracht en een andere functionaris. Het idee is om ervaring op te gaan doen met gevarieerde teams die vormgeven aan de Voorschool. Hierin kunnen verschillende functionarissen van verschillende niveaus zitting hebben. Geëxperimenteerd kan worden met de combinatie van één groepsleerkracht met vier dagdelen één onderwijsassistent of één lerarenondersteuner per groep. Een meer vergaand model van teamteaching, waarbij een team van onderwijsassistenten, leraarondersteuners, leraren, senior leraren en orthopedagogen verantwoordelijk zijn voor het onderwijs in de groepen ½ kan ook uitgeprobeerd worden. Hieronder wordt kort op de nieuwe functies ingegaan.

schaal 4 functie: MBO assistent
-heeft een assisterende rol
Is geschoold voor zowel peuterleidster als onderwijsassistent in de Voorschool. Op termijn zou detachering en doorstroming tussen school en peuterspeelzaal tot de mogelijkheden moeten behoren. De MBO scholing is bij voorkeur algemeen op alle programma's gericht. Specifieke scholing voor Voorschoolprogramma's wordt als nascholing, eventueel in het kader van de functie leraarondersteuner aangeboden.

schaal 7 functie Leraarondersteuner basisonderwijs
Voor deze functie is geen reguliere opleiding. Gedacht wordt aan MBO'ers met aanvullende scholing halverwege tussen MBO en HBO niveau.

schaal 11 functie psycholoog/orthopedagoog
Enkele scholen in Amsterdam hebben de functie van psycholoog/orthopedagoog, zoals in het RPBO opgenomen ten behoeve van de commissie van begeleiding in het speciaal basisonderwijs in het kader van WSNS ingezet in het basisonderwijs. Een dergelijke functionaris kan een rol vervullen ten behoeve van de interne zorgstructuur in de Voorschool, bij het begeleiden van vernieuwingsprocessen en de begeleiding van overige functionarissen.

Op de functie van leraar en de verschillende directiefuncties is hier niet ingegaan omdat deze veelvuldige gebruikt worden in de basisschool en dus in de Voorschool. Alhoewel deze natuurlijk een belangrijke rol vervullen in de Voorschool. Naast bovenstaande functies zouden, bij een dualisering van (een deel van de) lerarenopleidingen 3e en 4e jaars studenten een belangrijke rol kunnen vervullen. Ook een functie als die van leerkracht begeleider kan een rol vervullen.

Relatie project Functiedifferentiatie Voorschool met andere beleidsterreinen

Initiatiefgroep Lerarentekort Amsterdam

In Amsterdam hebben de schoolbesturen zich verenigd in de Initiatiefgroep Lerarentekort Amsterdam (ILA). In oktober 2001 is door ILA een conferentie georganiseerd met als opbrengst dat het voor de oplossing van het lerarentekort noodzakelijk is het functiebouwwerk en dus de schoolorganisatie aan te passen. De komende periode staan het functiebouwwerk, zij-instroom in directiefuncties, opscholen van klassenassistenten, zorgtaakvoorzieningen in scholen en samenwerking tussen onderwijs en welzijn op het gebied van de inzet van personeel op de agenda.

Rijksbeleid

Maatwerk 3

De voortgangsrapportage Maatwerk 3 gaat over het lerarentekort. Hierin komt nadrukkelijk naar voor dat het lerarentekort niet enkel opgelost kan worden met het extra werven en opleiden van leraren. Nadrukkelijk wordt functiedifferentiatie en het aanpassen van de onderwijsorganisatie naar voren gebracht om de problemen rondom het lerarentekort op te lossen. De inzet van onderwijsassistenten staat hierbij centraal.

Functiedifferentiatie binnen het primaire proces: Kiezen uit kansen

Bij de CAO onderhandelingen zijn afspraken gemaakt over de uitwerking van het rapport van de werkgroep Van Rijn voor functiedifferentiatie in het primair onderwijs. Dit met als doel om loopbaanperspectieven binnen het leraarsberoep te verbeteren en te komen tot een evenwichtiger personeelsopbouw door de inzet van meer en gedifferentieerdere functies voor onderwijsondersteunend personeel. Dat maakt een gevarieerdere opzet en inrichting van het onderwijs mogelijk.

Met werkgevers- en werknemersorganisaties is in het kader van de uitwerking van de afspraken over functiedifferentiatie overeenstemming bereikt over een aantal functiebeschrijvingen en over de voorlopige waarderingsniveaus voor nieuwe voorbeeldfuncties. Voor de voorschool zijn de onderstaande functies het meest relevant:

  • leraarondersteuner basisonderwijs

  • senior leraar basisonderwijs

In combinatie met de bestaande functies van leraar basisonderwijs, onderwijsassistent maar ook met de functie psycholoog/orthopedagoog is het mogelijk te komen tot een gedifferentieerd functieaanbod in de groepen 1 en 2 ten behoeve van de Voorschool.

Integraal personeelsbeleid

OC&W streeft ernaar de loopbaanperspectieven voor personeel binnen het onderwijs, het arbeidsmarktimago, en de kwaliteit van onderwijs te verbeteren. In dit kader wordt het instrument integraal personeelsbeleid gehanteerd.

Teamonderwijs op maat (TOM)

Het TOM project (team)onderwijs op maat is een samenwerkingsproject van het ministerie van OC&W en de Schoolbegeleidingsdienst Midden-Holland en Rijnstreek. Het vernieuwende is de integrale aanpak van onderwijskundige veranderingen met personele en organisatorische aanpassingen. De opzet van dit project, dat loopt van november 2001 tot medio 2003, heeft tot inspiratie van dit op Voorschool gerichte project gediend.

De school centraal, verdere versterking van de school in de educatieve infrastructuur

In deze discussienota wordt een streefrichting verwoord voor de educatieve infrastructuur waarin de vragen van de school centraal staan en de educatieve instellingen daaromheen gerangschikt worden. Tot nu toe stond het begrip 'educatieve infrastructuur' voor de verzameling van educatieve instellingen die hun diensten aanboden aan scholen. In de toekomst is de school zelf een integraal onderdeel van die educatieve infrastructuur. De scholen bepalen de functies die de educatieve instellingen voor de school vervullen: van nascholing tot schoolontwikkeling en schoolbegeleiding, van bijscholing tot opleiding en omscholing van personeel.

Hierbij is het van belang dat scholen in staat zijn hun ontwikkelings- en ondersteuningsvraag te formuleren. Dat speelt op uitvoeringsniveau, in de school zelf, waarbij het management en het team gezamenlijk keuzes maken ten aanzien van de inrichting en de organisatie van het onderwijs en de ontwikkeling van het personeel. Dat speelt ook op het bestuursniveau in het onderwijs, waarbij men de randvoorwaarden en de ruimte moet creëren om op schoolniveau de schoolspecifieke keuzes te kunnen maken. Daarvoor zijn bestuurskrachtige scholen nodig, die vervolgens een sterke gespreks- en onderhandelingspartner zijn voor de instellingen in de educatieve infrastructuur.

Analoog aan deze nota dient de opleidingsvraag die voortvloeit uit deze notitie over functiedifferentiatie en Voorschool geformuleerd te worden door scholen en schoolbesturen. De gemeente kan ondersteunend zijn om de schoolbesturen hiertoe in de juiste positie te brengen.

Opleiden in de school

Vanaf schooljaar 2002-2003 kunnen besturen ontwikkelingsprojecten opleiden in de school starten. Deze projecten moeten aan een aantal voorwaarden voldoen: scholen ontwikkelen hun visie over werkplekleren; deze visie is gekoppeld aan de eigen situatie; en er wordt samengewerkt met andere scholen (van eigen of ander bestuur) en opleiding (ROC en pabo); opleiden in de school moet een structurele plaats krijgen binnen het integraal personeelsbeleid van de school. De resultaten van de projecten worden overgedragen naar andere scholen/besturen.

Personeelsproblematiek op voorscholen in Amsterdam

De gevolgen van het lerarentekort spelen op de voorscholen in Amsterdam via twee wegen een rol. Ten eerste is er sprake van directe uitval door ziekte, ADV e.d. onder de leerkrachten die met het programma werken. Ten tweede is de tweede leerkracht (Kaleidoscoop) of tutor (Piramide) vaak degene die zieke collega's van andere groepen vervangt.
Uit het GION onderzoek blijkt dat bij de vijf onderzochte Kaleidoscooplocaties in het schooljaar 2000/2001 in de groepen 1 en 2 op vier dagdelen dubbele bezetting ingeroosterd was. Slechts 1 school bleek in staat om de dubbele bezetting gedurende het schooljaar ook werkelijk te waarborgen. Ongeveer eenderde van leerkrachten heeft een groot deel van het schooljaar geen gebruik kunnen maken van vier dagdelen dubbele bezetting. Op de vier onderzochte Piramidelocaties is de situatie vergelijkbaar. Niet 1 school heeft in het schooljaar 2000/2001 vier dagdelen tutoring ingeroosterd. Uit interviews van de onderzoekers met de scholen blijkt in de officiële bezetting op één school op drie dagdelen per groep een tutor, op twee scholen op twee dagdelen, en op één school staat in de helft van de groepen officieel op drie dagdelen een tutor en in de andere twee groepen nooit.

Gevolgen voor de implementatie

Het lerarentekort is voor voorscholen een echte bedreiging. De dubbele bezetting per groep vormt een kwetsbare schakel. Het niet kunnen inzetten van een dubbele bezetting en het niet voldoen aan de kwalitatieve eisen die beide programma's stellen aan het personeel heeft negatieve gevolgen voor de uitvoering van de programma's. Uiteindelijk wordt de kwaliteit van het onderwijs van de voorscholen aangetast. Het vertrek van leerkrachten heeft grote gevolgen voor de voorscholen. Als een getrainde leerkracht wegvalt, betekent het in de praktijk voor een school dat men met een nieuwe leerkracht vrijwel weer bij nul begint.

De leerkrachten van Kaleidoscooplocaties geven aan dat met name het actief meespelen, het dagelijkse observeren en het meerdere malen per jaar uitgebreid registreren van de ontwikkeling van de kinderen aan de hand van de KOR, de onderdelen zijn die het eerste afvallen als de tweede leerkracht er niet is. Leerkrachten weten wel flexibeler om te gaan met de programmaonderdelen naar mate ze meer ervaring hebben met het programma.

Bij Piramide wordt de tutor ingezet voor kinderen die op bepaalde gebieden een achterstand hebben. Voor de doelgroepkinderen is dus de tutor van groot belang. Door ziekte of personeelstekort vindt er niet structureel tutoring plaats. Het programma kan uitgevoerd worden zonder tutoring maar dan moet de leerkracht wel extra hulp bieden tijdens het werken.

Samengevat kan gezegd worden dat het regelmatig wegvallen van de tweede leerkracht van invloed is op de te behalen effecten van de programma's.

Oplossing voor de tweede leidster/leerkracht

De dubbele bezetting wordt in veel gevallen niet gerealiseerd door gebrek aan gekwalificeerde leidsters/leerkrachten, verloop, ziekte van koorschoolleraren en ook door ziekte van collega's.

Het inzetten van onderwijsassistenten wordt als een mogelijke oplossing gezien. Averroès is in overleg getreden met het ROC-ASA over het ontwikkelen van een opleiding onderwijsassistent Kaleidoscoop met uitzicht op een arbeidsovereenkomst. Tijdens de MBO-4 opleiding zou men een (deel)certificaat Kaleidoscoop halen en loopt men stage op een voorschool.

Vanuit de Voorschool gaat de voorkeur uit naar model waarin MBO'ers een algemene scholing krijgen voor zowel peuterspeelzaalleidster als klasse onderwijsassistenten voor de groepen 1 en 2 die met verschillende voorschoolprogramma's werken. Deze mbo opleiding zou moeten aansluiten bij een schaal 4 functie in de basisschool. De onderwijsassistent is gespecialiseerd in assistentie in de onderbouw (tot groep 3 of 4) en beschikt over algemene instrumentele vaardigheden op het gebied van taalontwikkeling waaronder voorbereidend en aanvankelijk lezen tot en moet groep 4.

De assistent kan een peutergroep en groep ½ draaiende houden maar hoeft daarbij geen complexe didactische processen op gang te brengen

De nieuwe functie van leraarondersteuner zou in de voorschool kunnen worden ingezet. Een voor MBO'ers aansluitende 'early childhood' opleiding zou kunnen bestaan onderbouwmodules van de PABO (inhoudelijk t/m groep ¾) en gerichte scholing ten behoeve van Voorschoolprogramma's. De scholing zou kunnen bestaan uit een specifieke programma gerichte scholing voor Piramide, Kaleidoscoop of Startblokken. De leraarassistent zou relatief zelfstandig, onder supervisie, kunnen functioneren. De leraarondersteuner kan op hoog niveau naast de groepsleerkracht functioneren en is, door een gerichte instrumentele programmagerichte training, in staat meer complexe onderdelen van het Voorschoolprogramma uit te voeren. Een dergelijke opleiding zou moeten aansluiten bij de schaal 7 functie van leraarassistent op de basisschool.

De functie wordt bekleed door MBO-ers die zijn doorgestroomd naar deze zogenaamde 'early childhood' opleiding. Door de specifieke opleiding en het geven van een eigen gezicht aan de voorschool/onderbouw kan voorkomen worden dat de voorschool en het basisonderwijs concurrenten van elkaar worden.

Uiteraard is het mogelijk voor de leraarondersteuner om door te stromen naar de PABO en de bevoegdheid van leraar basisonderwijs te halen. Een verkorte opleiding kan aangezien de leraarondersteuner op de 'early childhood' opleiding al de onderdelen heeft gevolgd voor de onderbouw.

Stappen

  1. De programma's Piramide, Kaleidoscoop en Startblokken aanpassen zodat ze in de groepen 1 en 2 uitgevoerd kunnen worden door een leerkrachten met een leraarondersteuner (7) of onderwijsassistent (4).

  2. De besturen zouden moeten aangeven dat zij een early childhood opleiding wensen met PABO onderbouwmodules en Voorschool training. Zij zouden bereid moeten zijn mensen met een dergelijke opleiding de functie van leraarassistent (7) te bieden.

  3. ROC en Lerarenopleidingen zouden een opleidingsaanbod moeten ontwikkelen.

  4. Scholen moeten hun functiebouwwerk uitbreiden met de functies van onderwijsassistenten en leraarondersteuner en hun organisatie hierop aanpassen. In overleg met de schoolbesturen zou een projectmanagement ingesteld kunnen worden.

  5. ROC zouden MBO'ers een dubbele bevoegdheid en bekwaamheid voor peuterspeelzaalleidster en onderwijsassistent voor de onderbouw moeten geven.

  6. De bekostiging van deze nieuwe functies kan plaatsvinden uit middelen voor, GOA, VVE, gewichtsformatie, OALT (nieuw beleid onder specifieke voorwaarden).